De Houthalense Serap Can (38), getrouwd en mama van twee dochters, heeft voor de derde keer kanker. Elke week geeft ze een kijk in haar hart en deelt ze ook ervaringen van een andere patiënt. Deze week legt ze uit waarom ze zelden huilt: “Het is niet dat ik niet voel, maar ik druk dat liever uit in woorden.”
“Huilen is als een interne douche.” “Huilen moet je leren.” “Huilen is oké.” Het zijn goedbedoelde adviezen die ik kreeg op momenten waarop ik mij kwetsbaar opstelde. Maar ik ben nooit een huiler geweest. Ik vind dat oprecht moeilijk, wat ik ook doormaakte. En geloof me, ik heb al vele watertjes doorzwommen. Als ik de tranen voel opkomen, vallen ze niet neer. Kun je huilen echt leren, of is het me nooit aangeleerd? Voel ik me achteraf echt beter? Is het echt oké om te huilen? Voor mensen die om het kleinste huilen, lijkt het moeiteloos. Zo ken ik er ook veel. Ze huilen zelfs in mijn plaats. Maar voor mensen zoals ik voelt het als een opdracht die ik liefst uitstel.
Eerlijk? Huilen maakt me heel ongemakkelijk. Op het moment dat het staat te gebeuren, voel ik mijn keel dichtknijpen en blokkeer ik. Ik word ineens het tegenovergestelde van mijn natuurlijke zelf - en daar hou ik niet van. Ik ga liever vrolijk door het leven, dat me zo kostbaar is. Maar dat betekent niet dat ik nooit verdrietig ben. Absoluut wel. Maar telt het pas als het zichtbaar is? Mensen geloven je pas als ze het zien, anders voldoe je niet aan het beeld van iemand die het moeilijk heeft. “Ze huilt niet, dus ze kropt haar emoties op. Ze huilt niet, dus ze zal wel niet zo verdrietig zijn.” Maar voel jij wat mijn hart voelt? Alleen ik ken mijn binnenwereld. Ik ben al vier jaar ziek, met ups en downs - en zo gaan ook mijn emoties. Mijn traankanalen lijken nu droog te staan, niet door een tekort, maar door gewenning. En is dat niet al erg op zich?
Het is niet dat ik niet voel - ik voel intens veel - maar ik druk dat liever uit in woorden. Al pratend of schrijvend. Eerst voor mezelf, dan pas voor anderen. Ik laat mijn verdriet stromen in mijn woorden: soms barst ik in tranen uit, soms snik ik. Ik schrijf en verwerk tot ik helemaal uitgehuild ben. Dat merk je aan de rauwe en eerlijke teksten die ik produceer. Misschien ben ik dan toch een huiler? Maar dan wel een van het stille soort. En dat is ook oké.
Hartgenoot Eva (42 - diagnoseleeftijd 40): "Het was waarschijnlijk de ontlading van mijn lichaam.”Sinds de diagnose huil ik moeilijk. Mijn psychologe noemt het een overlevingsmechanisme: je komt in een survival mode en dat blokkeert bepaalde gevoelens. Ik denk dat ik mijn ‘klop’ nog moet krijgen, maar door mijn werk kom ik er gewoon niet aan toe. Gelukkig kan ik mijn verdriet kwijt in muziek: van Cannibal Corpse tot Maria Callas. Eén keer barstte ik onverwacht in tranen uit, bij aankomst in een inloophuis voor hartgenoten. Het was alsof mijn lichaam wist: hier hoef ik even niet sterk te zijn.
Lees de column (als abonnee), elke zaterdag, ook in het weekendmagazine Billie als bijlage in de volgende kranten:
Column nr. 13:
- Het belang van Limburg: “Telt verdriet pas als het zichtbaar is?” Serap huilt bijna nooit en vraagt zich af of dat oké is | HBVL
- Het Nieuwsblad: “Telt verdriet pas als het zichtbaar is?” Serap huilt bijna nooit en vraagt zich af of dat oké is | Nieuwsblad
- Het gazet van Antwerpen: “Telt verdriet pas als het zichtbaar is?” Serap huilt bijna nooit en vraagt zich af of dat oké is | GVA